De Duitse politiek econome Maja Göpel zoekt naar recepten om de huidige waardencrisis het hoofd te bieden. Of iedereen zich laat overtuigen door haar ‘kompas’, is maar de vraag.
8 januari 2026 om 23:59
Niet elke hoogleraar heeft 268.000 volgers op Instagram, Maja Göpel wel. Het bewijst hoe laag het ivorentorengehalte van de Duitse politiek econome is. Niet alleen op sociale media is ze populair, ook in Duitse talkshows en debatten is ze een graag geziene gast. Göpel noemt zichzelf een transformatie-onderzoeker: ze denkt graag na over hoe we de wereld ten goede kunnen veranderen. Die ambitie klinkt ook door in haar recentste boek: Waarden. Kompas voor de toekomst.
De westerse wereld beleeft een waardencrisis, schrijft Göpel. Vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit staan onder druk. Vooral over vrijheid maakt Göpel zich zorgen, dat is veranderd van een verbindende kracht in een verdelende factor. Ze gaat de cruciale vraag daarover niet uit de weg: “Functioneert alles nog naar behoren, of hebben we iets nieuws nodig?”
Een van de problemen, stelt ze vast, is dat door de polarisatie en de meningsverschillen over de juiste aanpak steeds minder mensen zich betrokken voelen bij het wel en wee in de samenleving. Göpel spreekt over de teloorgang van de “verwij-ing”. Als er over “wij” gesproken wordt, is dat om ons af te zetten tegen “zij”, niet om aan te duiden dat we deel uitmaken van een groter geheel: de samenleving. “De ikke-ikkeverdedigers gedragen zich aanzienlijk agressiever dan de verwij-ingsvertegenwoordigers.”
Een van de oplossingen die Göpel aandraagt, is om politiek te zien als een vorm van design. Zoals je een huis, een auto of een gebruiksvoorwerp ontwerpt, zo kun je dat ook met een samenleving doen. “Design als taal om over verandering en doelstellingen na te denken” kan helpen om los te komen uit het “partijpolitiek geladen links-tegen-rechtsgekijf”, schrijft ze. Doelstellingen als welvaart en duurzaamheid komen dan vanzelf bovendrijven. Deze aanpak zou kunnen leiden tot een grotere rol voor burgerpanels, of voor meer aandacht voor brede welvaartsindicatoren zoals de Better Life Index, in plaats van vooral in te zetten op puur economische groei.
De betere chauffeur
Het draagvlak voor een duurzamere en inclusievere samenleving is groter dan veel politici denken, oppert Göpel. Daarbij verwijst ze naar de term “pluralistische onwetendheid”. Daarmee wordt bedoeld dat veel mensen verkeerd inschatten hoe hun medeburgers denken. Zo zou een grote meerderheid van de Amerikanen voorstander zijn van een efficiënt klimaatbeleid, maar veronderstellen ze dat slechts een minderheid van de bevolking die mening deelt. Het is een beetje zoals de bekende paradox dat 90 procent van de mensen zichzelf een betere chauffeur vindt dan gemiddeld.
Opmerkelijk is dat Göpel ook kritisch is over de media. Die zouden er te vaak op uit zijn vermeende maatschappelijke tegenstellingen dik in de verf te zetten. Zij zouden “minder gepolitiseerde haantjesgevechten moeten uitmelken, maar liever het goede design van politieke resultaten moeten vieren”.
In haar zoektocht naar hoe het fout gegaan is en hoe het beter kan, valt Göpel wel vaak terug op de stokpaardjes die ze in eerdere boeken al onder de aandacht bracht. Er zou een te grote focus zijn op materiële en financiële groei, en een onderschatting van het belang van duurzaamheid. Dat die punten vaak juist de oorzaken van polarisatie zijn, veegt Göpel wat makkelijk onder de mat. Ze suggereert dat opstandige burgers tot inkeer komen zodra ze inzien dat een betere toekomst voor hun kinderen waardevoller is dan een dikkere portemonnee.
Een van de belangrijkste oorzaken van polarisatie gaat Göpel zelfs volledig uit de weg. Het woord ‘migratie’ staat eenmaal in het boek, tegen 34 keer duurzaamheid. Ze stelt vast dat populisten en extremisten de samenleving kunnen blijven eroderen zolang er geen antwoord is geboden op de vraag “Wie is eigenlijk wij?”, maar ze gaat niet op zoek naar het antwoord op die vraag. Het boek bevat interessante observaties en inzichten, en Göpel zal ongetwijfeld van mening zijn dat haar kompas de enige juiste richting aanwijst. Maar je kunt je afvragen of mensen die een andere kant op willen, zich hierdoor zullen laten overtuigen.
MAJA GÖPEL
Waarden. Kompas voor de toekomst
Vertaald door Jan Sietsma. Pluim, 173 blz., € 23,99. Oorspr. titel: ‘Werte. Ein Kompass für die Zukunft’
‘De woke-slinger is te ver doorgeslagen. Dat zie ik aan mijn universiteit’: politiek econoom en ‘beroepsoptimist’ Maja Göpel
Kun je de meest verstokte autorijders en vleeseters ertoe verleiden iets te doen (en laten) voor een betere, groenere wereld? Ja, betoogt beroepsoptimist Maja Göpel. Als de lasten maar eerlijk worden verdeeld – ook onder het grootkapitaal.
Dit artikel is geschreven doorPeter GiesenGepubliceerd op 17 januari 2026, 03:00
Zelfs ‘ons’ stoofvlees met friet kan de inzet worden van een cultuuroorlog waarin de ‘elite’ van linkse politici en groene activisten wordt verweten dat zij ‘het volk’ zijn geliefde voedsel wil ‘afpakken’. “Ja, maar hoe wilt u de mensen ertoe brengen om hun vleesconsumptie op te geven?”, kreeg ook de Duitse politiek econoom Maja Göpel te horen.
Je zou ook een heel andere vraag kunnen stellen, schrijft Göpel in haar nieuwe boek Waarden − Kompas voor de toekomst. ‘Waarom houden samenlevingen vast aan voeding die schadelijk is voor de gezondheid, aan voedsel waarvoor massaal dieren gemarteld worden, uitzendkrachten uitgebuit, bodems en grondwater vervuild en de regenwouden in het mondiale Zuiden vernietigd voor de soja die hier in koeien wordt gestopt? En dan hebben we het nog niet eens over de klimaatcrisis gehad.’
Kortom: het is moeilijk om het gedrag van mensen te veranderen, maar dat neemt niet weg dat er talloze goede redenen voor zijn om dat wel te proberen. In Duitsland is Göpel (49) een publiek intellectueel, gerenommeerd spreker en schrijver op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijke transitie. Ze werkte voor denktanks, adviseerde de Duitse regering, doceert aan de Leuphana Universiteit in Lüneburg, en schreef de bestsellers Onze wereld nieuw denken (2020) en Wir können auch anders (2022). Voor Waarden − Kompas voor de toekomst ontving ze vorig jaar de lezersprijs voor het beste Duitse economische boek.
Geheel onomstreden is ze niet. ‘Wie is Maja Göpel eigenlijk: wetenschapper, adviseur, activist, auteur − of alles tegelijk?’, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung. In 2022 zag ze af van een benoeming aan het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung, volgens het weekblad Die Zeit omdat verschillende economen haar wetenschappelijk werk te licht vonden.
Maar volgens literatuurwetenschapper Julika Griem is ze een ‘communicatief gesamtkunstwerk’, terwijl filosoof Peter Sloterdijk haar een ‘professionele Mutmacherin’ noemt, iemand die beroepshalve de moed erin houdt. Daar is dan ook dringend behoefte aan. De groene transitie staat zwaar onder druk. In Europa wordt de Green Deal afgezwakt en raken regels op het gebied van klimaat, milieu en mensenrechten verwaterd.
In de steeds fellere concurrentie met de Verenigde Staten en China kan Europa het zich niet meer permitteren om zijn bedrijven dure en lastige regels op te leggen, zeggen rechtse partijen en pleitbezorgers voor het bedrijfsleven. Zoals zo vaak zetten de VS de toon. President Donald Trump voert een agenda van belastingverlaging en deregulering door die een klein groepje miljardairs nog rijker en machtiger maakt.
Als het grote bedrijfsleven ruim baan krijgt, dreigt een belangrijke vraag onder te sneeuwen. In welke wereld willen wij, burgers, eigenlijk leven? In haar boek betoogt Göpel dat het dringend noodzakelijk blijft de wereld te veranderen op basis van waarden als vrijheid, solidariteit en rechtvaardigheid. Burgers zijn veel meer bereid te veranderen dan vaak wordt aangenomen, aldus Göpel, mits de lasten maar eerlijk worden verdeeld.
Toch heeft ook haar optimisme een knauw gekregen, vertelt ze in een café aan boulevard Unter den Linden in Berlijn. “Voor de coronapandemie was ik echt optimistisch. Ik had het idee dat er overeenstemming was over de noodzaak van de groene transitie, bij de Verenigde Naties, bij de Europese Unie met haar Green Deal. Zelfs bij het World Economic Forum in Davos, waar politici en topmanagers elkaar ontmoeten, werd gezegd: oké, dit is de manier waarop we vooruit moeten. Er leek helderheid te bestaan over de beschrijving van een goede toekomst.”
Toen kwamen covid, de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, de aanval van Trump op de internationale orde.
“Crisis na crisis. Ik dacht: verdomme, ik ben onderzoeker op het gebied van complexiteit, en ik heb deze terugslag volkomen onderschat. Voor de pandemie onderschreven succesvolle, invloedrijke mannen morrend de agenda van duurzaamheid en diversiteit, omdat ze dachten: dit is het nieuwe normaal. De markt leek erin mee te gaan, wetgeving werd aangepast zodat de groene transitie een goede businesscase werd. Maar toen de stemming veranderde, waren ze maar al te bereid om diversiteit en duurzaamheid af te danken.”
Wat is er verkeerd gegaan?
“Na het neoliberalisme kwam het libertarisme. Beide stromingen zien de samenleving als een piramide. Er zijn een paar mensen aan de top, die slimmer zijn dan de anderen en daarom recht hebben op vrijheid en rijkdom. Dat is de manier van denken van Silicon Valley en Donald Trump. De top heeft veel geld, macht en hulpbronnen, veel meer dan de progressieve beweging die de duurzaamheidsagenda propageert.
“Meer dan het neoliberalisme beschouwt het libertarisme de staat als een tegenstander. Het predikt een winner-takes-all-cultuur. De vrije ondernemer is god en kan doen wat hij wil. Zelfs als hij een monopolie heeft, zoals de bazen van de techbedrijven, beschouwt hij zichzelf nog als een ondernemer. Wie slim is moet boven de wet staan. Waarom zou hij zich onderwerpen aan iets wat is opgezet door middelmatige mensen?”
Hoe is het mogelijk dat de rijkste mensen ‘het volk’ weten te mobiliseren voor hun programma? Trump had veel aanhang onder kiezers zonder hogere opleiding.
“Veel mensen hebben het idee, terecht of niet, dat de progressieve elite op ze neerkijkt, dat ze worden weggehoond, dat hun wordt verteld dat hun levensstijl niet oké is. Trump is de laatste die deze mensen zal helpen, maar hij maakt gebruik van dat sentiment van miskenning. Hij pakt de vermeende vijanden van ‘het volk’ keihard en heel zichtbaar aan. Het gaat om de pijn die de vijand lijdt, meer dan om de vraag of je er zelf beter van wordt. Je voelt je machtig omdat het jouw man is die jouw vijanden pijn doet.”
Waarom is de groene beweging zo’n vijand geworden? De Groenen in Duitsland worden als autoritair beschouwd, terwijl autoritaire partijen als de AfD juist staan voor vrijheid, de vrijheid om auto te rijden of vlees te eten.
“Ik denk dat veel mensen onzeker zijn. Het geeft ze een gevoel van macht om ‘nee’ te zeggen op gebieden waarover ze wel controle hebben. Nee, ik stop niet met vlees eten. Nee, ik stop niet met vliegen. Er zit ook een sterk element van klasse in. Ik krijg veel mails van mensen die zeggen: u maakt zeker een grapje met uw verhaal over de groene transitie. Zolang de rijken en de politici niet stoppen met vlees eten, met vliegen en het rijden in grote auto’s, doe ik niets. Waarom zou ik?
“Dat vinden we in veel empirisch onderzoek terug. Mensen met een relatief laag inkomen hebben een lage CO2-afdruk, omdat ze veel minder consumeren. Daarom worden ze boos over oproepen om hun gedrag te veranderen.”
‘Mensen met een relatief laag inkomen hebben een lage CO2-afdruk. Daarom worden ze boos over oproepen om hun gedrag te veranderen.’Bron Norman Konrad
In sommige opzichten heeft de progressieve beweging haar hand overspeeld, zegt Göpel. De deelname van De Groenen aan de vorige Duitse regering was allerminst een doorslaand succes. “Na de Russische inval in Oekraïne was de leider van die partij, Robert Habeck, heel goed in het managen van de energiecrisis. In de media werd hij de ‘echte kanselier’ genoemd, belangrijker dan Olaf Scholz. Maar daarna ging het mis.
“De Groenen waren al heel lang bezig met de energietransitie. Nu zaten ze in de regering en moest het gebeuren. Ik denk dat ze te veel in een te korte tijd wilden doen, dat ze de hele energietransitie er snel doorheen wilden rammen. Mensen hebben soms een adempauze nodig.”
Ook het wokisme schoot zijn doel soms voorbij, zegt ze. “Ik doceer aan een universiteit die heel woke is. En ik heb tegen mijn studenten gezegd: nee, er komt geen lijst met woorden die niet gezegd mogen worden omdat ze jullie trauma’s doen herleven. Als je last hebt van bepaalde woorden, moet je naar een psycholoog gaan en daarna terugkomen.
“Ik hoorde van collega’s dat sommige studenten het recht opeisen om te zeggen: ik voel me niet veilig in de aanwezigheid van deze persoon, en daarom moet hij of zij de klas verlaten. Dat is totalitair. Ik denk dat de slinger te ver is doorgeslagen.”
Is het mogelijk een groen beleid te ontwerpen dat aanvaardbaar is voor de lagere inkomensgroepen?
“De mensen die over klimaat en milieu praten geven niet altijd het goede voorbeeld. Ze zeggen bijvoorbeeld: je moet de uitstoot van CO2 duurder maken. Daarmee sussen mensen met een hoog inkomen hun geweten, terwijl mensen met een laag inkomen op kosten worden gejaagd.
“De vorige Duitse regering wilde CO2 zwaarder belasten en de lage inkomens compenseren. Maar dat is drie jaar lang tegengehouden door de liberale minister van Financiën Christian Lindner. Ik vond dat ontzettend dom, en in strijd met alles wat we uit sociaal-wetenschappelijk onderzoek weten over het draagvlak voor klimaatbeleid.”
‘Mijn universiteit is heel woke. Ik zeg tegen studenten: als je last hebt van bepaalde woorden moet je naar een psycholoog gaan.’Bron Norman Konrad
De groene transitie blijft noodzakelijk, aldus Göpel. In Waarden − Kompas voor de toekomst schrijft ze over de ‘kalkoenillusie’. Een kalkoen heeft het hele jaar door het idee dat de mens hem goed gezind is en dat er geen reden is om zijn leven te veranderen. Tot het Kerstmis wordt.
Op vergelijkbare wijze koerst de economie volgens Göpel op een catastrofe af, door alleen groei op korte termijn te meten. Zij pleit ervoor de economische balans op een andere manier op te maken, met meer aandacht voor de gevolgen voor natuur, milieu, klimaat en samenleving.
Artificiële intelligentie is bijvoorbeeld niet alleen een bron van economische groei. Ze is ook een grootverbruiker van energie en water en een potentiële bron van maatschappelijke onrust, die de macht van de techbedrijven en de rijkdom van hun bazen ten goede zou kunnen komen, ten koste van de democratie.
Het huidige economische klimaat lijkt echter niet bevattelijk voor zulke ideeën. In Duitsland staat het succesvolle exportmodel onder druk door Amerikaanse importheffingen en de steeds sterkere concurrentie van China. De zelfbewuste Exportweltmeister van weleer is een angstig land geworden dat snakt naar economische groei, duurzaam of niet.
“Bent u met de trein naar Berlijn gekomen? Als je Berlijn binnenrijdt, zie je billboards van het Initiative Neue Soziale Marktwirtschaft, een lobbyclub voor het neoliberalisme die zegt dat Duitsland aan het sterven is. Ze spiegelen een toekomst voor zonder groei, zonder banen, zonder vrede. De boodschap is: verlaag de belastingen en de regeldruk voor het bedrijfsleven en alles zal goed komen.
“Maar we weten dat we zo niet kunnen blijven aanmodderen. We weten dat onze industrie schoner moet worden, dat ons onderwijssysteem niet goed is, dat de woningmarkt niet functioneert en de verzorgingsstaat tekortschiet. Op een gegeven moment zal er een confrontatie moeten komen tussen de kapitaalmarkten en de echte economie, omdat de kapitaalmarkten te dominant zijn geworden.”
Maar kunnen we ons dure klimaatmaatregelen veroorloven als de rest van de wereld niets doet, China en de Verenigde Staten voorop?
“Het is niet waar dat de rest van de wereld niets doet. Bovendien kunnen we de race to the bottom (de deregulering, red.) niet winnen. Landen als China en de VS zijn groter en meedogenlozer dan wij. Daarom moet Europa orde op zaken stellen. In mondiaal perspectief zijn de afzonderlijke lidstaten klein. Je moet Europees denken. Als je de interne markt voltooit en de economische barrières tussen de lidstaten wegneemt, levert dat veel winst op. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zijn die interne barrières even schadelijk als een Amerikaanse importheffing van 45 procent.
“Maar dan moet heel Europa één lijn trekken. Nu maakt iedereen de verdeel-en-heerspolitiek van Donald Trump mogelijk. Duitsland heeft zich verschrikkelijk gedragen door het Europese front tegen Trump te breken.
“De Europese Commissie had als reactie op de Amerikaanse importheffingen een vergeldingspakket van 110 miljard euro voorbereid. Maar dan gaan de bazen van onze auto-industrie op eigen houtje naar Washington. Het front wordt gebroken als iedereen zijn eigen dealtje probeert te sluiten. We hadden dat veel beter kunnen uitspelen, in samenwerking met landen als Canada, Japan, Zuid-Korea, Australië en Zuid-Afrika.”
Bron Norman Konrad
De progressieve beweging zit in het defensief, maar de bereidheid van burgers om te veranderen wordt sterk onderschat, zegt Göpel. Al te vaak wordt het maatschappelijk debat bepaald door ‘schreeuwers’ die zeggen in naam van ‘het volk’ te praten. Uit Amerikaans onderzoek bleek echter dat 66 tot 80 procent van de Amerikaanse burgers voorstander was van maatregelen als een CO2-heffing, een strategie voor hernieuwbare energie of de Green New Deal van president Joe Biden. Maar zij schatten zelf de steun voor groen beleid onder hun landgenoten veel lager in: 37 tot 43 procent.
“In een Duitse enquête antwoordde 66 procent van de mensen dat zij meer klimaatregels wilden, 8 procent was fel tegen, 25 procent had geen uitgesproken mening. Toch werd er in de media gezegd: je kunt geen harde klimaatmaatregelen nemen als 8 procent tegen is en 25 procent onbeslist. Maar waarom niet? Op welk terrein bestaat er zoiets als 100 procent consensus?”
In enquêtes zeggen mensen heel gemakkelijk dat ze voor het milieu zijn. Maar passen ze hun gedrag ook aan als het erop aankomt?
“Ik heb niet alleen enquêtes ingesteld, maar ook interviews in focusgroepen, waarin je mensen veel beter leert kennen. Daaruit kwam een verlangen naar meer regels naar voren, mits iedereen zijn aandeel levert en iedereen ervan profiteert.
“Er wordt zo snel gezegd: het is allemaal ingewikkeld, de mensen willen er niet van horen. Maar mijn eerste boek werd een bestseller tijdens de coronacrisis. En journalisten zeiden: hoe kan dat nu? Het is geen leuk ‘alles komt goed’-boek. Het is geen escapisme. Maar waarom dachten de media dat ‘ik wil hier niets van horen’ de normale reactie is? Misschien moeten we ons beeld van mensen bijstellen.”
Maja GöpelWaarden − Kompas voor de toekomst
Pluim, 176 p., 23,99 euro. Uit het Duits vertaald door Jan Sietsma.
Bron : DeMorgen